Er komt geen inkt uit/onscherp of vaag/onjuiste of uitgelopen kleuren/strepen
Er komt geen inkt uit
Onscherp of vaag
Onjuiste of uitgelopen kleuren
Witte strepen
Zwarte strepen

Opmerking
-
Raadpleeg deze webpagina als afdrukken leeg zijn, zwart niet wordt afgedrukt, vaag is of een blauwe of rode tint heeft.
-
Controle 1 Komen de instellingen voor paginaformaat en mediumtype overeen met het formaat en type van het geplaatste papier?
Als deze instellingen niet overeenkomen, kan niet het juiste resultaat worden verkregen.
Als u een foto of illustratie wilt afdrukken, kan de kwaliteit van de afgedrukte kleuren afnemen wanneer een onjuist papiertype is ingesteld.
Wanneer u afdrukt met een onjuiste instelling voor de papiersoort, kan het afgedrukte oppervlak bovendien worden bekrast.
Wanneer u afdrukt zonder marges, kunnen de kleuren ongelijkmatig zijn, afhankelijk van de combinatie van de instelling voor de papiersoort en het geplaatste papier.
De methode waarmee u de instellingen voor het papier en de afdrukkwaliteit controleert, hangt af van de printer.
-
Afdrukken vanaf de computer
Controleer de instellingen via het printerstuurprogramma.
-
Afdrukken vanaf een smartphone/tablet met

Controleer de instellingen in de app.
-
-
Controle 2 Controleer of de juiste afdrukkwaliteit is geselecteerd.
Selecteer een afdrukkwaliteit die geschikt is voor het papier en hetgeen u afdrukt. Als de afdruk vlekken of ongelijkmatige kleuren vertoont, verhoogt u de instelling voor de afdrukkwaliteit en drukt u opnieuw af.
-
Controle 3 Controleer de instellingen voor papier en afdrukkwaliteit.
-
Controle 4 Controleer de status van de inkttanks. Vervang de inkttank als de inkt op is.
-
Controle 5 Zitten de oranje tape en het plastic verpakkingsmateriaal nog op de inkttank?
Zorg ervoor dat de oranje tape is verwijderd om het L-ventilatiegebied bloot te leggen, zoals hieronder (A) wordt weergegeven.
Als de oranje tape op de inkttank (B) blijft zitten, verwijdert u deze.
-
Controle 6 Zijn de spuitopeningen van de printkop verstopt?
Druk het controleraster voor de spuitopeningen af om te bepalen of de inkt op de juiste wijze uit de spuitopeningen van printkop wordt gespoten.
-
Stap 1 Druk een controleraster voor de spuitopeningen af.
Controleer het raster na het afdrukken van het controleraster voor spuitopeningen.
-
Vanaf de printer
Als het raster niet correct wordt afgedrukt, controleert u of de inkttank van de problematische kleur leeg is.
Als de inkttank niet leeg is, gaat u naar de volgende stap.
-
-
Stap 2 Reinig de printkop.
Druk na het reinigen van de printkop het controleraster voor spuitopeningen af en controleer het resultaat.
-
Vanaf de printer
Als het resultaat hierdoor nog steeds niet is verbeterd, gaat u verder met de volgende stap.
-
-
Stap 3 Voer nogmaals een reiniging van de printkop uit.
Druk na de reiniging van de printkop nogmaals het controleraster voor spuitopeningen af en controleer het resultaat.
Als het resultaat hierdoor nog steeds niet is verbeterd, gaat u verder met de volgende stap.
-
Stap 4 Voer een diepte-reiniging van de printkop uit.
Druk na de diepte-reiniging van de printkop het controleraster voor spuitopeningen af en controleer het resultaat.
-
Vanaf de printer
Als dit niet is verbeterd, schakelt u de printer uit, wacht u minstens 24 uur zonder de stekken uit het stopcontact te halen en gaat u daarna verder met de volgende stap.
-
-
Stap 5 Voer nogmaals een diepte-reiniging van de printkop uit.
Druk na de nieuwe diepte-reiniging van de printkop het controleraster voor spuitopeningen af en controleer het resultaat.
Als het resultaat hierdoor nog steeds niet is verbeterd, gaat u verder met de volgende stap.
-
Stap 6 Vraag een reparatie aan.
Als het probleem niet is opgelost nadat u tweemaal een diepte-reiniging van de printkop hebt uitgevoerd, is de printkop mogelijk beschadigd. Neem contact op met het dichtstbijzijnde Canon-servicecentrum om een reparatie aan te vragen.
Raadpleeg Aanpassingen voor een betere afdrukkwaliteit voor meer informatie over het afdrukken van het controleraster voor de spuitopeningen, het reinigen van de printkop en de diepte-reiniging van de printkop.
-
-
Controle 7 Als u papier met één bedrukbare zijde gebruikt, moet u de juiste bedrukbare zijde van het papier controleren.
Als u afdrukt op de verkeerde zijde van dit soort papier, kunnen de afdrukken onduidelijk worden of kan de kwaliteit minder worden.
Wanneer u papier in de bovenste invoer plaatst, plaatst u het papier met de bedrukbare zijde naar boven.
Raadpleeg de instructiehandleiding bij het papier voor meer informatie over de bedrukbare zijde.
